Zoek Nieuwsbrief
Home
Over de CBFA Consultaties Sancties Publicaties Jobs Sitemap Links
Commissie voor bank-, financie- en assurantiewezen
Kies je taal

Openbare overnamebiedingen


Home    Openbare overnamebiedingen    Vrijstellingsregeling printversie   

 

FAQ’S
Artikel 74 van de OBA-wet - De vrijstellingsregeling voor houders van bestaande participaties

Op 1 september 2007 treedt de nieuwe wetgeving inzake openbare overnamebiedingen in werking. In dit kader heeft de wetgever een overgangsregime uitgewerkt voor houders van bestaande participaties in genoteerde vennootschappen, voor zover zij tijdig bij de CBFA werden aangemeld.

Met het oog op de vlotte inwerkingtreding van deze nieuwe wetgeving acht de CBFA het nuttig om de aandacht te trekken op een aantal wetsbepalingen die vérstrekkende gevolgen kunnen hebben. Men moet hierbij letten op de situatie van de bestaande houders van effecten met stemrecht van een genoteerde vennootschap evenals de personen die dergelijke effecten willen verwerven.

De hierna geformuleerde antwoorden zijn bondig en algemeen geformuleerd. Ze hebben een louter informatief doel en strekken er niet toe juridische gevolgen te creëren. Bovendien moet men elke concrete situatie beoordelen op basis van de bepalingen van de wet; zo de toepassing van deze bepalingen vragen oproept, is het raadzaam om juridisch advies in te winnen.

I. De wetgeving en de regeling van het verplicht bod

  1. Waar vind ik de wetgeving?
  2. Wanneer treedt de nieuwe OBA-wetgeving in werking?
  3. Wat is de basisregel van de nieuwe regeling inzake het verplicht bod?
  4. Welke vennootschappen zijn onderworpen aan de regeling van het verplicht bod?

II. Het aanmeldingsregime voor bestaande participaties

  1. Is aanmelding verplicht?
  2. Wie kan aanmelden?
  3. Welke zijn de gevolgen van een aanmelding?
  4. Wie zijn de begunstigden van de vrijstellingsregeling?
  5. In welke gevallen vervalt een vrijstelling?
  6. Tot welke gevolgen leidt het verlies van vrijstelling?

III. Modaliteiten van de aanmelding van bestaande participaties

  1. Aan wie en hoe moet worden aangemeld?
  2. Welke situatie moet worden aangemeld?
  3. Tegen welke datum dienen aanmeldingen te gebeuren?
  4. Welke gegevens worden in de aanmelding opgenomen?
  5. Moet men ook gegevens meedelen aan de betrokken vennootschap?
  6. Wat na aanmelding?

 

 

I. De wetgeving en de regeling van het verplicht bod

1. Waar vind ik de wetgeving?

De wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen – ook aangeduid als de “OBA-wet” - werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 april 2007.

De twee uitvoeringsbesluiten van 27 april 2007, namelijk het koninklijk besluit op de openbare overnamebiedingen en het koninklijk besluit op de openbare uitkoopbiedingen, werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 mei 2007.

2. Wanneer treedt de nieuwe OBA-wetgeving in werking?

De wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen en haar uitvoeringsbesluiten van 27 april 2007 treden in werking op 1 september 2007.

3. Wat is de basisregel van de nieuwe regeling inzake het verplicht bod?

Een persoon die, alleen of in onderling overleg, meer dan 30% van de effecten met stemrecht van een doelvennootschap verwerft, dient aan de overige effectenhouders de mogelijkheid te bieden om hun effecten met stemrecht, via een verplicht bod, over te dragen. Het loutere bezit geeft geen aanleiding tot biedplicht, enkel het verwerven van effecten waardoor de drempel van 30% van de effecten met stemrecht van de doelvennootschap wordt overschreden.

Anderzijds wordt de controleverwerving over een rechtspersoon of een gelijkaardige constructie die zelf meer dan 30 % van de effecten met stemrecht van een doelvennootschap bezit, in bepaalde omstandigheden gelijkgesteld met een directe drempeloverschrijding.

4. Welke vennootschappen zijn onderworpen aan de regeling van het verplicht bod?

Zijn onderworpen aan de regeling van het verplicht bod: de vennootschappen met statutaire zetel in België, waarvan minstens een gedeelte van de effecten met stemrecht zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of tot de markten in financiële instrumenten Alternext en Vrije Markt, georganiseerd door Euronext Brussels (hierna een “betrokken vennootschap”).

II. Het aanmeldingsregime voor bestaande participaties

5. Is aanmelding verplicht?

De aanmelding van bestaande participaties is op grond van artikel 74 van de OBA-wet niet verplicht. De uitgewerkte regeling laat de keuze over aan de houders van bestaande participaties. Zo zijzelf en eventuele andere begunstigden van de regeling (zie nr. 8) in de toekomst van een vrijstelling van de biedplicht willen genieten, moeten houders van bestaande participaties nu reeds tot aanmelding overgaan.

6. Wie kan aanmelden?

Natuurlijke personen of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg, meer dan 30% van de effecten met stemrecht houden in een betrokken vennootschap, kunnen aanmelden.

De OBA-wet verduidelijkt welke personen in onderling overleg optreden. Zo worden als in onderling overleg handelende personen beschouwd: “a) de natuurlijke personen of rechtspersonen die (...) met andere personen samenwerken op grond van een uitdrukkelijk of stilzwijgend, mondeling of schriftelijk akkoord dat ertoe strekt de controle over de doelvennootschap te verkrijgen, het welslagen van een bod te dwarsbomen dan wel de controle over de doelvennootschap te handhaven; b) de natuurlijke personen of rechtspersonen die een akkoord hebben gesloten aangaande de onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, om een duurzaam gemeenschappelijk beleid ten aanzien van de betrokken vennootschap te voeren”. In onderling overleg handelende personen die aanmelden, zullen moeten aantonen dat zij beantwoorden aan de zojuist weergegeven definitie.

Verder geldt het wettelijk vermoeden dat personen die verbonden zijn in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, in onderling overleg optreden.

7. Welke zijn de gevolgen van een aanmelding?

Personen die tijdig en regelmatig hebben aangemeld, zullen, mits naleving van bepaalde voorwaarden, vrijgesteld zijn van biedplicht in de gevallen waarin deze op grond van de uitvoeringsbepalingen van de wet zou ontstaan.

Mits naleving van bepaalde voorwaarden geldt dezelfde vrijstelling voor personen die aangemelde effecten overnemen en behoren tot de familiale kring van de personen die oorspronkelijk hebben aangemeld.

De begunstigden van de vrijstellingsregeling kunnen aldus bijkomende effecten van de betrokken vennootschap verwerven. Derden kunnen, zonder dat biedplicht ontstaat, toetreden tot een bestaand onderling overleg en effecten verwerven, voor zover de begunstigden van de vrijstellingsregeling meer dan 30% van de effecten met stemrecht van de betrokken vennootschap blijven houden.

Bovendien behoudt men de vrijstelling van de biedplicht bij overschrijding van de 30%-drempel na een beperkte en tijdelijke onderschrijding. Een dergelijke onderschrijding moet beperkt blijven tot 2% en moet binnen 12 maanden ongedaan worden gemaakt.

8. Wie zijn de begunstigden van de vrijstellingsregeling?

De begunstigden van de vrijstellingsregeling - voor zover de aanmelding tijdig en regelmatig is gebeurd - zijn:
1° de natuurlijke personen of de rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg, op 1 september 2007 meer dan 30% van de effecten met stemrecht houden in een betrokken vennootschap;

2° indien de effecten met stemrecht in de betrokken vennootschap op 1 september 2007 worden gehouden door een vennootschap, een andere rechtspersoon dan een vennootschap of een gelijkaardige constructie, de controlerende natuurlijke personen of rechtspersonen van deze entiteiten;

3° de echtgenoot, de bloed- of aanverwanten tot in de vierde graad van een sub 1° tot 2° bedoelde natuurlijke persoon die, door een overdracht onder levenden of ingevolge van overlijden, effecten met stemrecht verwerven die werden aangemeld en die, in voorkomend geval, onderworpen blijven aan een aangemeld onderling overleg;

4° de vennootschappen waarvan de effecten met stemrecht voor minstens 95% worden gehouden door de personen sub 1° tot 3°, evenals de andere rechtspersonen of constructies waarvan de zeggenschap toekomt aan de personen sub 1° tot 3°, en die effecten met stemrecht verwerven die werden aangemeld en die, in voorkomend geval, onderworpen blijven aan een aangemeld onderling overleg.

9. In welke gevallen vervalt een vrijstelling?

Eenvoudig gesteld, vervalt de vrijstelling in geval de aanmeldende partij(en) – of verbonden personen en andere begunstigden van de regeling - niet langer de drempel overschrijden. Bij aanmelding door in onderling overleg handelende partijen vervalt zo de vrijstelling in hoofde van elk van de partijen als zij samen niet langer meer dan 30% van de effecten met stemrecht van de betrokken vennootschap houden, bij voorbeeld omdat een partij verkocht heeft, of zijn aandelen zijn vererfd door erfgenamen die zelf voor de vrijstelling niet in aanmerking kunnen komen (zie nr. 8, 3°).

Bij aanmelding door in onderling overleg handelende partijen vervalt de vrijstelling ook in hoofde van één van de partijen die, samen met verbonden personen, de drempel van 30% van de effecten met stemrecht overschrijdt ten gevolge van een effectenverwerving.

Wanneer een vennootschap of een andere rechtspersoon effecten met stemrecht in een betrokken vennootschap houdt, vervalt de vrijstelling bij overdracht van controle over deze vennootschap of rechtspersoon. Een specifieke regel geldt indien een “gelijkaardige constructie” aan een vennootschap of andere rechtspersoon effecten met stemrecht in de betrokken vennootschap houdt.

10. Tot welke gevolgen leidt het verlies van vrijstelling?

Bij verlies van vrijstelling ontstaat niet noodzakelijk een biedplicht. Deze zal eerst ontstaan in de gevallen vastgesteld in het uitvoeringsbesluit en meer bepaald de artikelen 50 en 51 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. Bovendien gelden, op grond van artikel 52 van hetzelfde besluit, een aantal afwijkingen op de biedplicht.

III. Modaliteiten van de aanmelding van bestaande participaties

11. Aan wie en hoe moet worden aangemeld?

De aanmelding wordt, per aangetekende brief met ontvangstbewijs, aan de CBFA gericht:        

CBFA
Dienst Toezicht op de financiële informatie
Congresstraat 12-14
1000 Brussel

12. Welke situatie moet worden aangemeld?

De situatie op 1 september 2007 wordt aangemeld.

13. Tegen welke datum dienen aanmeldingen te gebeuren?

Partijen moeten uiterlijk op 21 februari 2008 tot aanmelding overgaan. .

14. Welke gegevens worden in de aanmelding opgenomen?

De aanmelding door een rechtstreekse effectenhouder vermeldt:

  1. de identiteit van de effectenhouder;
  2. het feit dat hij al dan niet in onderling overleg optreedt;
  3. de omvang van de participatie van de effectenhouder;
  4. de controlerende natuurlijke personen of rechtspersonen in geval de effectenhouder een vennootschap, een rechtspersoon of een gelijkaardige constructie is;
  5. in geval van in onderling overleg handelende personen, de partijen en de modaliteiten van het akkoord van onderling overleg.

Indien een vennootschap, andere rechtspersoon dan een vennootschap of gelijkaardige constructie de effecten met stemrecht in de betrokken vennootschap houdt, dient ook de controlerende natuurlijke persoon of rechtspersoon van deze entiteiten aan te melden.


15. Moet men ook gegevens meedelen aan de betrokken vennootschap?

Wie aanmeldt, richt voor 21 februari 2008 ook een aangetekende brief met ontvangstbewijs aan de betrokken vennootschap.

In deze brief deelt hij de gegevens mee, die werden aangemeld aan de CBFA. Wel hoeft men geen melding te maken van de namen van de natuurlijke personen en van controlerende natuurlijke personen - indien de effecten worden gehouden door een vennootschap, een andere rechtspersoon dan een vennootschap of een gelijkaardige constructie - die rechtstreeks of onrechtstreeks een belang in de betrokken vennootschap hebben dat minder bedraagt dan 3% van de effecten met stemrecht.

Deze mededeling vormt het voorwerp van een bekendmaking door de betrokken vennootschap. Als de betrokken vennootschap haar website gebruikt voor de terbeschikkingstelling van haar financiële informatie, kan deze bekendmaking bijvoorbeeld gebeuren door de mededeling via deze website ter beschikking te stellen. Als de betrokken vennootschap geen website heeft of deze niet gebruikt voor de terbeschikkingstelling van haar financiële informatie, kan de bekendmaking best gebeuren door een advertentie in één of meer dagbladen die landelijk of in grote oplage in België verspreid worden, waarin aangegeven wordt dat dergelijke mededeling werd gedaan en op welke plaats ze ter beschikking is voor wie erom verzoekt. Zij wordt tevens bekendgemaakt in het jaarverslag van de betrokken vennootschap zolang zij pertinent blijft.

16. Wat na aanmelding?

Na de initiële aanmelding moeten de personen die hebben aangemeld en de toegelaten overnemers jaarlijks, uiterlijk op 1 september, kennis geven aan de CBFA van:

  • elke overdracht van effecten met stemrecht van de betrokken vennootschap,
  • elke wijziging in de deelname door de controlerende natuurlijke persoon of rechtspersoon in een vennootschap, een andere rechtspersoon dan een vennootschap of een gelijkaardige constructie die effecten in de betrokken vennootschap houdt.

Indien geen van deze situaties zich heeft voorgedaan, is geen kennisgeving aan de CBFA vereist.

Een kennisgeving van "elke overdracht van effecten met stemrecht van de betrokken vennootschap" dient, opdat zij door de CBFA correct zou kunnen worden geïnterpreteerd, een detail te bevatten van alle verwervingen en van alle overdrachten (datum van transactie en aantal verworven of overgedragen aandelen).

De vorm van de kennisgeving is niet bepaald: een gewone brief kan dus volstaan.

Deze gegevens worden, met dezelfde regelmaat, meegedeeld aan de betrokken vennootschap.

De betrokken vennootschap maakt de geactualiseerde gegevens in elk geval openbaar via haar jaarverslag, aangezien de mededeling in het kader van artikel 74 openbaar moet worden gemaakt in het jaarverslag zolang zij pertinent blijft.

De CBFA beveelt aan dat de gegevens die aan de betrokken vennootschap worden meegedeeld, net zoals de initiële mededeling, ook via andere kanalen worden bekendgemaakt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren via de website van de vennootschap of door middel van een advertentie (zie nr. 15).

Wanneer de vennootschap overgaat tot bekendmaking van deze gegevens, dient zij erover te waken dat de verstrekte informatie nuttig is voor de beleggers. Over het algemeen zal het volstaan een overzicht te geven van de deelnemingen gehouden door de initiële aangevers (of toegelaten overnemers) op de datum van de actualisatie, zonder daarbij details op te nemen van bijvoorbeeld elke overdracht die sinds 1 september van het vorige jaar heeft plaatsgevonden. Van bijzonder nut is ook of de voornoemde aandeelhouders, na de actualisatie, al dan niet nog van de vrijstelling genieten.

Indien de vennootschap tot bekendmaking overgaat, dient zij dat wat zij bekendmaakt (bijvoorbeeld de informatie die zij op haar website opneemt of de tekst van de advertentie) via eCorporate over te maken aan de CBFA.
top